regular

Flats

Dat heb ik weer. Urenlang, feitelijk de hele dag, zitten er mensen op me, ongevraagd overigens, en net op dat ene onbewaakte moment gebeurt dit.

Ik had het zien aankomen. Ik wilde nog roepen tegen het vertrekkende vrouwtje: “Blijf nog even, blijf voor deze keer nog even!” Maar ze zette haar stok in het grint, zuchtte, boog haar rug krom en hees zich omhoog. Drie tellen was ze weg en toen…

Het is trouwens niet de eerste keer dat dit me overkomt. Sterker nog: die vorige keer was er sprake van een dubbel drama. Vijf jaar geleden was het en ik had net een verse lik verf gehad. Op mijn rug hing nog een briefje, waarop met lelijke letters ‘Nat’ was geschreven. Het wapperde omhoog in de wind waardoor voorbijgangers het niet meer konden lezen, maar zonder de tekst begrepen ze het ook wel, al was het maar omdat ik glimde. Van trots glimde ik, want eindelijk was ik niet meer dof bruin maar glanzend groen. Mijn onuitgesproken wens was in vervulling gegaan. Mijn dag, nee de komende jaren konden niet meer stuk.

Tot die smet kwam. Zomaar, onverbiddelijk, uit de heldere hemel. Als een donderslag ja. Zo erg vond ik het. Meteen besefte ik het: niemand zou dit meer gaan wegpoetsen, dit litteken zou me ontsieren tot in de lengte van jaren, die jaren die me tot een minuut geleden nog toelachten.

Ik wilde vloeken. Ik wilde het briefje van mijn rug afrukken, zodat nietsvermoedende wandelaars op me plaats zouden nemen, eerst nog verbaasd over de geur, dan over de plakkerigheid van het oppervlak, vervolgens vloekend opspringend, hun handen bevuilend aan de vlekken op hun broek en jas. Gewoon, als wraak wilde ik het.

Maar het briefje bleef hangen, mensen liepen voorbij en langzaam grifte het zonlicht de smet in mij.

Nog altijd zit ie er. Nog altijd. Vorig jaar al had ik overgeschilderd moeten worden, maar door die vervloekte bezuinigingen heeft de parkwachter besloten dat ik er nog wel een tijdje mee doorkan. God mag weten hoe lang, misschien wel tien jaar. Tien jaar met die akelige smet, en nu dus ook nog die verse flats. Een voordeel: deze zal bij de eerstvolgende fikse regenbui of een ijverige bezoeker weg zijn, maar ik vind het zo vreselijk, zó vreselijk om dit op me te hebben. Ik voel me vies. Heel vies.